©2019 door www.bekkenfysio-sabine.nl. Met trots gemaakt met Wix.com

BEKKENFYSIO BIJ VROUWEN

Ik help je graag je klacht te verhelpen!

Het zijn de basale dingen in het leven. Plassen, poepen en vrijen. We doen het allemaal in meer of mindere mate. 

Soms rust er een taboe op om erover te praten, zeker als het niet meer gaat zoals u graag zou willen dat het gaat.

 

De klachten die zich voor kunnen doen bij vrouwen;

​​

  • Incontinentie voor urine;
    De incontinentie kan variëren van druppeltjes, scheutjes tot je hele blaas inhoudt. Er zijn verschillende soorten incontinentieklachten:
    Stress urine-incontinentie (SUI) is verlies van urine dat optreedt bij verhoging van druk in de buik. Bijv. bij hoesten/niezen, goeie lachbui, springen of het aanzetten van een sprintje. 
    Urge-incontinentie is verlies van urine dat optreedt tijdens aandrang.
    Gemengde incontinentie is een combinatie van stress urine-incontinentie en urge- incontinentie.

  • Urgency; gevoel constant te moeten plassen, verhoogd aandranggevoel, irritatie gevoel van de blaas.

  • Frequency; vaak plassen, kleine hoeveelheden, plassen kan gepaard gaan met een branderig gevoel in de plasbuis.

  • Overactieve blaas: wanneer u geen controle meer over heeft over uw blaas. De samentrekkingen van de blaasspier zijn te sterk en vinden te vaak plaats en zijn dus uit balans. Het gevolg is dat u vaak (meer dan acht keer per 24 uur) moet plassen, dat het plassen meestal vooraf wordt gegaan door hevige aandrang en dat u misschien de urine af en toe niet kunt ophouden. De oorzaak van een overactieve blaas is meestal onbekend. 

  • (Recidiverende) blaasontsteking; rec. UWI, pijn tijdens plassen en het moeilijk kunnen ophouden van urine door de sterke en pijnlijke aandrang. Oorzaak kan liggen aan het niet goed leegplassen van de blaas door overactieve bekkenbodemspieren of een blaasverzakking. 

  • Ontlastingsklachten: moeizaam verloop van de ontlasting, pijn tijdens ontlasting wat kan resulteren in persen waardoor mogelijk aambeien, fissuurtjes of fistels ontstaan. Mogelijk agv een verhoogde bekkenbodemspierspanning en een slechte houding op het toilet.  

  • Fecale incontinentie; verliezen van ontlasting. Mogelijk als gevolg van een sensibiliteitsprobleem in het rectum, verminderde spanning in de bekkenbodemspieren of verminderen aansturing van de bekkenbodemspieren.

  • Flatus verlies; het niet kunnen ophouden van windjes. Mogelijk als gevolg van een sensibiliteitsprobleem in het rectum, verminderde spanning in de bekkenbodemspieren of verminderde aansturing van de bekkenbodemspieren.

  • Dyspareunie/ pijn tijdens vrijen; het niet kunnen vrijen al dan niet met penetratie zonder pijnklachten. De pijn kan oppervlakkig of diep in de vagina gelokaliseerd zijn. Vaak komt een dyspareunieklachten niet alleen en zijn er ook plas-, ontlastings- en pijnklachten in onderbuik en/of liezen aanwezig. 

  • Vaginisme; wanneer er geen vaginale penetratie mogelijke is. Het kan primair (altijd al aanwezig) of secundair (ontstaan door een traumatische ervaring) van aard zijn. Vaginisme kan gepaard gaan met het Vulvair vestibulitis syndroom (VVS). Dit uit zich in chronische branderigheid of schraalheid van vulva en stekende pijn aan de vagina en pijn bij geslachtsgemeenschap. 

  • Bekkenpijn en stuitpijn: het bekken, met de onderbuik, lage rug, bekkenbodem, billen, liezen, bovenbenen en heupen, het is een ingewikkeld gebied. Als de baarmoeder, eierstokken en/of vagina problemen geven, kan dat invloed hebben op de spieren, pezen, zenuwen en gewrichten. Andersom kan ook het geval zijn dat gewrichts-, spierproblemen of zenuwproblemen klachten kunnen geven op orgaanniveau.

  • Verzakking, prolaps:
    In het bekken liggen de blaas, de baarmoeder en het onderste deel van de darm (de endeldarm). Deze organen worden ondersteund door de bekkenbodem en de steunweefsels rondom deze organen. De bekkenbodem bestaat uit spieren en bindweefsel. In de loop van het leven kunnen deze spieren en steunweefsels uitrekken. Door het gebrek aan steun zakken de organen langzaam naar beneden. Hierdoor kunnen één of meer van deze organen verzakken en deels via de schede naar buiten komen.
    Blaasverzakking; bij een blaasverzakking zakt de voorwand van de vagina naar buiten. De blaas zit daaraan vast en daardoor zakt ook de blaasbodem uit. Symptomen zijn ongemak en pijn in het bekken en het gevoel dat er een balletje uit de schede zakt. Ook kan er pijn in de onderrug en pijn bij het vrijen ontstaan. Bij een blaasverzakking kan de blaas niet altijd goed geleegd worden. Dat vergroot de kans op een blaasontsteking.
    Baarmoederverzakking; is meest voorkomende verzakking. Bij een baarmoederverzakking zakt de baarmoeder uit zijn normale positie. De baarmoeder kan daardoor een bobbel vormen in de vagina of, bij een ernstige verzakking, zelfs via de vagina naar buiten komen
    Darmverzakking; Een darmverzakking komt door het inzakken van de achterwand van de vagina. Dit komt meestal voor bij vrouwen bij wie de baarmoeder is weggehaald. De endeldarm, het laatste stukje van de dikke darm, ligt tegen de achterwand aan en zakt mee. Een verzakking van de endeldarm geeft problemen met de stoelgang: de darmen zijn vaak moeilijk te legen of er is juist minder of geen controle meer over. Soms verzakt juist de dunne darm. Die komt dan tussen de schede en de dikke darm. Een verzakking van de dunne darm geeft meestal alleen klachten bij het staan of lopen. Tijdens het liggen zijn deze klachten vaak voorbij.

  • Diastase; afkorting voor ’rectus diastase'. ‘Rectus diastase’ betekent: wijkende rechte buikspieren. Normaal gesproken komen de rechte buikspieren samen in de middenlijn van de buik, in een smalle maar stevige band. Bij diastase is deze band verslapt en opgerekt. Het komt voor tijdens de zwangerschap. Wanneer deze na de zwangerschap niet sluit kan dit klachten geven. De spieren van de romp zijn aan de voorkant (buikspieren) en achterkant (rugspieren) met elkaar verbonden. Het gecombineerd samentrekken van deze spieren zorgt voor core stabiliteit. Bij diastase lukt het niet goed om de core te stabiliseren. Dit kan bijdragen aan rugklachten of verminderde stabiliteit van het bekken.
     

Wat kunt u van de behandeling verwachten: 

 

Persoonlijke aandacht en aandacht voor de vraag van mijn patiënt vind ik erg belangrijk. Tevens streef ik ernaar zo snel mogelijk een diagnose te stellen zodat we samen aan de slag kunnen naar aan voorspoedig herstel!

 

Tijdens de eerste behandeling zullen we samen uw klacht(en) zo goed mogelijk uiteenzetten dit gebeurt aan de hand van een anamnesegesprek. Tevens wordt er een analyse van uw plas- en/of poeppatroon gemaakt d.m.v. een mictie- en/of vezellijst. Ook wel een plasdagboek of poepdagboek genoemd.

Er zal uitleg gegeven worden over de anatomie van de bekkenbodem in relatie tot uw klacht. 

Tijdens het tweede bekkenfysiotherapeutisch consult zal (in samenspraak met u) het

lichamelijk onderzoek plaatsvinden. Bekkenfysiotherapeuten de mogelijkheden van:

  • Inwendig onderzoek van de bekkenbodem. De diagnostische meerwaarde hiervan is het inzichtelijk maken van de coördinatie, kracht en relaxatie van bekkenbodem.

  • Uitwendig bewegings- functieonderzoek van de lage rug, heupen en bekken. Hiermee kan de mate van stabiliteit, bewegingsbeperkingen in het gewricht of pijnpunten in de spieren (myofasciale triggerpoints) worden vastgesteld. 

  • Vaginale/ -anale myofeedback ter beoordeling van o.a. coördinatie en tonus:  

  • Rectale ballon: meten van sensibiliteit en aandranggevoel

 

Na het diagnostisch proces wordt de bekkenfysiotherapeutische diagnose gesteld, waarna aan de hand van de geformuleerde behandeldoelen in overleg met u een behandelplan wordt opgesteld. Evaluatie en zo nodig bijstelling van de behandeling vindt regelmatig plaats.

Wat zijn de behandelmogelijkheden

Nadat de bekkenfysiotherapeutische diagnose en behandeling is vastgesteld; heeft de bekkenfysiotherapeut de volgende behandelmogelijkheden:

  • Informatie en uitleg met betrekking tot het klachtenpatroon: op gebied van urologie, gynaecologie, gastro-enterologie en seksuologisch advies over:

    • Mictie- en defecatiehouding, -gedrag (hoe plast en poept u)

    • Hygiëne

    • Voeding en vochtinname

    • Belasting/ belastbaarheid

    • Eventuele ondersteunende hulpmiddelen

  • Oefentherapie

    • Bewust maken van bekkenbodemgevoel

    • Trainen van (coördinatie van) spieren van bekken, bekkenbodem, buik en lage rug

    • Mobiliseren/ stabiliseren van bekken en lage rug 

  • Ondersteuning van de oefentherapie middels:

    • Inwendige palpatie

    • Myofeedback. Hiermee kan een meting gedaan worden van de activiteit van de bekkenbodemspieren, deze worden ongezet in een grafiek waardoor u visueel feedback krijgt wat u met de bekkenbodem kan.  

    • Functionele Electro Stimulatie (FES), middels het toepassen van een zeer geringe vorm van stroom kan een contractie (samentrekking) van de bekkenbodemspier nagebootst worden of een overactieve blaas worden gekalmeerd. 

    • Vaginale ballon (bij vaginisme) 

  • Oefeningen om controle te (her)krijgen tijdens het vullen en het legen van blaas en rectum middels:

    • Blaastraining

    • Rectale ballontraining

  • Dry-needling ​en Myofasciale triggerpoint massage om pijnpunten in het gebied van de bekken(bodem), buik en billen te verhelpen.